| Vissen op gevoel |
|
Het begon met een goedkoop shakespeare spinhengeltje wat ik voor € 10,-- had gekocht. Dit kleine telescopische hengeltje kon ik gemakkelijk meenemen op vakantie. Na de vakantie is hij in de kofferbak van mijn auto blijven liggen. Als ik ergens langs een water kwam en ik had even wat tijd over; dan gooide ik een plug of een blinker uit. Toen ik op een dag in Friesland bij mijn schoonfamilie was, wilde ik vissen op witvis. Ik had nog wat maden bij me in de auto. Ik besloot om op de feedermanier te vissen. Ik heb een hoekafhouder met een loodje aan mijn tuig geknoopt en vissen maar.Het enige probleem was dat ik natuurlijk bijna geen beetregistratie had op mijn hengeltop. Dus ik heb de lijn langs mijn vingertop gehouden. Ik wist dat je op deze manier de vis kon voelen, maar ik wist niet dat je elk tikje zo goed kon waarnemen. Later ben ik vaker op deze manier gaan vissen. Het loodje heb ik vervangen door een voerkorfje van 10 gram. Het shakespeare hengeltje is vervangen door een Shimano Exage mini telespin. Eigenlijk had ik niks aan te merken op de shakespeare hengel, maar ik wou een iets mooiere en gevoeligere hengel die ook weer een kleine transportlengte had. Die transportlengte was van groot belang omdat de hengel het hele jaar in de auto ligt. Ook tijdens de vakanties. Ik heb nu al vaak “op gevoel” gevist, en ik merk dat ik er steeds meer gevoel mee krijg. Ik voel bij de eerste tik vaak al het verschil tussen een voorn of een brasem. Een voorn geeft korte snelle tikjes. Het is dan kwestie om niet direct bij het eerste tikje aan te slaan. Dan heeft de vis het aas nog niet goed in zijn bek, of het is een lijnzwemmer. Bij 2 of 3 korte schokjes achter elkaar sla ik aan.Bij een brasem voel je dat je tuig langzaam iets strakker gaat staan. Dan geef ik meestal iets mee door mijn hengeltop in de richting van het water te bewegen. Als het tuig dan weer strakker getrokken word, dan sla ik aan. Verder is het een kwestie van je tuig strak houden. Niet te strak uiteraard, maar net zoals je bij een feeder de top iets gebogen zet, zo moet je bij deze manier van vissen de lijn net op spanning houden.Het is wel van belang dat je een wat stuggere top op de hengel hebt. De soepele top van een feederhengel vangt de tikjes op waardoor je ze bijna niet meer voelt. Een spinhengel is dan ook het beste voor deze manier van vissen. Ik vis zelf met een hoekafhouder omdat ik dat het prettigste vind. Maar elke andere montage kan uiteraard ook. Dat is een persoonlijke voorkeur. Vissen “op gevoel” heeft uiteraard zijn voor- en nadelen.Een nadeel is dat je geen zware korven kunt gooien. Een spinhengel is uiteraard niet berekend op werpgewichten van 100 gram. Dus je moet jezelf beperken tot stilstaand of lichtstromend water en niet al te grote afstanden. Vergelijkbaar met een winckle-picker.Wil je toch zwaarder vissen, dan is een karperhengel misschien een oplossing. Al vraag ik me af of je in snel stromend water, waar de druk op je tuig hoog is, het tikken van de vis nog goed kan waarnemen. Verder heb je als nadeel dat je geen beet registreert wanneer je de hengel even in de steun legt. Je moet de hengel vast blijven houden. Maar een lichte spinhengel weegt bijna niks. Een voordeel is dat je het voelt wanneer er een vis aan je haakaas zit. Als je een paar keer met tussenposen een klein tikje hebt gevoeld, maar de aanbeet heeft niet door gezet: dan kun je er bijna zeker van zijn dat de made uitgezogen is. Ophalen en nieuwe maden eraan dus. Deze kleine tikjes zie je bij een feeder vaak niet. Een klein bijkomend voordeel is dat je niet constant naar je dobber of je top hoeft te kijken. De beet voel je, dus je hebt je ogen vrij om naar andere mooie dingen te kijken. Maar het grootste voordeel vind ik dat je echt vanaf het eerste moment contact voelt met de vis.Het eerste tikje in de lijn…., ze zitten erbij. Een paar tikjes kort achter elkaar…., aanslaan. Langzaam wegtrekken van de lijn…., meevieren en aanslaan.Die paar prachtige seconden: die mis je als je hengel in de steun ligt en je niet vist op gevoel. |
Sommige vissers gebruiken hun ogen om de dobber onder te zien gaan. Andere gebruiken hun oren om te luisteren of de beetmelder begint te gillen. Ondanks dat ik niet blind of doof ben gebruik ik een ander zintuig om mijn beet te registreren. De tast, oftewel gevoel.